Blog Hendrik-Jan van Arenthals: Mbo-provincie

10 maart, 2020

‘Zeeland is een mbo-provincie.’ Dit is een bewering die feitelijk juist is, maar die in gesprekken in bestuurlijk Zeeland variabel wordt ingekleurd al naar gelang het sentiment van de spreker. Is het een probleem dat moet worden opgelost? Of is het een kracht van onze regio, iets waar we juist trots op mogen zijn? Laten we in onze prachtige, ijzersterke regio uitgaan van waar we goed in zijn, sterker nog: van wie we zijn! Dan hebben we het over een nuchtere hand-aan-de-ploeg mentaliteit. Het mbo speelt in dat unieke Zeeland een centrale rol.

Het is goed om kennis te verzamelen, om onderzoek te doen naar zaken die van belang zijn. Zeeland richt zich daarbij met name op de kernthema’s water, energie en food. Tijdens de conferentie over Vlaams-Nederlandse samenwerking in Middelburg, nu ruim een jaar geleden, benadrukte een Vlaamse hoogleraar het belang van het vanaf het begin betrekken van het mbo daarbij. Het mbo zou een grote rol moeten spelen in het vertalen, het direct toepasbaar maken van nieuwverworven kennis. Die functie van het mbo moeten we meer benutten en benadrukken, naast uiteraard het belang van een ‘doorlopende leerlijn’ en de aansluiting daarin voor onze studenten.

Daarbij hebben we in onze provincie één brede hogeschool, één Zeeuws roc en één universitair college. De samenwerkingsmogelijkheden zijn beter dan waar dan ook.  We maken daar steeds meer en beter gebruik van. Denk bijvoorbeeld aan de activiteiten van onze techniekopleidingen op het gebied van offshore-wind. Of aan de ‘Samenwerking in de Groene Delta’, waarbij we onder andere in het ‘living lab Schouwen-Duiveland’ nagaan hoe we in het verkrijgen, vertalen én toepassen van kennis iedere kennisinstelling en ook het voortgezet onderwijs een eigen rol kunnen geven. Want ook daarin zijn we uniek: de samenwerking strekt zich op veel terreinen uit tot het voortgezet en soms zelfs het primair onderwijs.

University College Roosevelt, Hogeschool Zeeland University of Applied Sciences en Scalda hebben samen een Innovatiecluster opgericht, een stichting die de samenwerking waar we het hier over hebben, wil bevorderen. Andere partners zullen worden uitgenodigd om aan te sluiten. Binnen het Innovatiecluster regelen we ook de samenwerking binnen het Joint Research Center, dat komend schooljaar in Middelburg zal verrijzen en het Technum in Vlissingen, dat in dezelfde periode ingrijpend verbouwd zal worden.

Voor Scalda is het doen van toegepast onderzoek belangrijk. Binnen het Centrum Toptechniek (CTT) in Terneuzen hebben we een practoraat dat een bijdrage levert aan de aansluiting en doorstroming vmbo – mbo binnen de techniek. Mei dit jaar start ons practoraat gericht op het onderwijs en de pedagogiek in hybride leeromgevingen. Vanuit de Regionale Aanpak Personeelstekorten in het onderwijs (RAP) zullen we daarbij specifiek onderzoek opzetten naar het beroepsprofiel in dit nieuwe ‘leren in de praktijk’. En zowel binnen de zorgsector als in het groene domein zijn er ideeën om met dergelijke practoraten aan de slag te gaan. Scalda wil op deze manier niet alleen haar eigen onderwijs verder ontwikkelen en verbeteren, maar tegelijk een bijdrage leveren aan een Zeeuwse onderzoeksagenda, samen met de andere Zeeuwse kennisinstellingen. We voelen ons van daaruit ook medeverantwoordelijk voor de realisatie van de Roosevelt Community for Excellence in Education, het ‘nieuwe’ RCEE.

Binnen de Zeeuwse delta hebben we iets unieks in handen. Een kracht op het gebied van samenwerking die uniek is in Nederland. Het is goed dat, in een tijd waarin de wensen, ideeën en plannen voor onze provincie over elkaar heen duikelen, terdege te bedenken. In het versterken van onze economie moeten we dicht bij onszelf blijven en, een cliché maar ook zo waar: uitgaan van eigen kracht. Zeeland is een mbo-provincie. Gelukkig maar!